Het gebied
Bijna
midden in de stad, gelegen tussen woonwijken en de rivier ligt het uiterwaardpark
Meinerswijk. Het gebied bestaat uit grasland, waterpartijen, rietkragen en
wat kleine bosjes en struikgewas. Ook liggen er nog huizen en een (gesloten)
steenfabriek.
In eerste instantie was het gebied bestemd voor woningbouw maar na protesten
en bezwaarschriften, onderbouwd door inventarisaties van flora en fauna konden
deze plannen rond 1990 omgezet worden in de bestemming natuurpark.
Momenteel is een groot deel natuurgebied waar 'niets doen' de hoofddoelstelling
is. Een tiental Koniks (halfwilde paarden) en ongeveer twaalf Galloways zorgt
voor een extensieve begrazing. Centraal liggen de verschillende waterpartijen.
Deze zijn ontstaan na klei- en zandwinning. Na het aanwijzen als natuurpark
zijn de meeste 'natuurvriendelijk' afgewerkt. Dit wil zeggen dat er flauwe
taluds werden aangelegd en dat hier en daar eilandjes en ondiepten werden
gemaakt.
Meinerswijk is een druk bezocht natuurgebied waar desondanks nog veel rust
en natuur te vinden is. Het hele gebied (behalve natuurlijk de privé
gedeelten) is tussen zonsopkomst en zonsondergang vrij toegankelijk. U hoeft
zelfs niet op de paden te blijven. Honden zijn niet toegestaan.
De gemeente Arnhem voert het beheer en biedt ook mogelijkheden voor excursies
op aanvraag. Eventuele inlichtingen op tel 026 - 3774321.
In de winter is Meinerswijk vooral interessant voor de ganzen en eenden.
Het gehele jaar door zijn er Grauwe Ganzen in het
gebied aanwezig; ze broeden er zelfs. In de loop van de nazomer en de herfst
neemt het aantal exemplaren toe. Ze zijn overal aan te treffen, foeragerend
op de graslanden en rustend op de plassen. In de winter komen er ook groepjes
Kolganzen die er voedsel zoeken. Bij het vallen
van avond vertrekken deze meestal weer naar slaapplaatsen elders. Andere bijzondere
noordelijke gasten zijn groepjes Kleine Zwanen.
Op de grote plassen van Meinerswijk pleisteren veel eenden. Kuifeend,
Tafeleend, Slobeend, Smient, Wintertaling, Krakeend, Wilde Eend en
Pijlstaart worden regelmatig waargenomen. Als het echt winter wordt,
komen ook Grote Zaagbek en Nonnetje de plassen
bevolken. Vanaf het fietspad aan de zuidkant of vanaf het voetpad ten zuiden
van de centrale weide zijn ze meestal goed te zien. Futen
zijn altijd aanwezig; soms zelfs enige tientallen. Op een eilandje in één
van de noordelijke plassen slapen regelmatig enkele tientallen
Aalscholvers.
Langs de wegen en graslanden staan struwelen van sleedoorn en meidoorn. Daarin
zijn Merels, Koperwieken en Kramsvogels
te vinden op zoek naar bessen. Ook groepen mezen en vinkachtigen, zoals Kneu,
Groenling, Putter trekken rond door het gebied. Vanuit de bossen aan de overkant
van de rivier steken roofvogels als Sperwer en
Havik soms over om hierop jacht te maken. De Buizerd
is het gehele jaar in het gebied aanwezig, evenals de Torenvalk.
Bij strenge vorst wordt het stil in Meinerswijk. Alleen kleine groepjes zangvogels
trekken nog wat rond. De rest van de vogels is vertrokken naar warmere oorden
of heeft het open water van de rivier opgezocht.
In maart na de winter, maken de Grauwe Ganzen zich op voor een nieuw broedseizoen, vertrekken de wintergasten zoals Smient en Grote Zaagbek. Kieviten vertonen zich en misschien komt er toch nog een Grutto tot broeden. Kijkt u in de plassen eens uit naar de Slobeend. In het voorjaar verblijven er soms enkele tientallen exemplaren van deze soort. Als u langs en door de struwelen loopt, hoort u de zang van diverse vogels. De standvogels krijgen al snel weer gezelschap van de trekvogels. Van de zangvogels die in het riet leven, komen de meeste soorten in april/mei terug naar hun broedgebied.
Er naar toe
Meinerswijk is te bereiken door vanaf station Arnhem richting Arnhem-Zuid
te lopen over de Mandelabrug. Net na de brug kunt u met een trapje naar beneden,
onder de brug door en langs een paar huizen het gebied in. Dit is nog steeds
gewoon landbouwgrasland maar ook hier zijn vele vogels te zien. Na de eerste
plas kunt u links langs een slagboom het eigenlijke natuurpark in. Deze weg,
de Meginharddwarsweg voert naar het hart van het gebied. Van daaruit kan het
hele gebied verkend worden. In dit gebied zijn kuddes paarden en runderen
aanwezig, u kunt het beste afstand (minimaal 25 meter) houden, de dieren blijven
dan zo goed mogelijk in hun eigen kuddeverband. Overal lopen kleine of grote
paadjes die voeren langs plassen, kleine bosjes en graslanden. Over de zuidelijke
dijk loopt een fietspad waar vooral de zuidelijke plas goed te overzien is.