home |
nieuw |
waarnemingen |
faq |
soorten |
biotopen |
plekken |
seizoen |
links
Vogelwerkgroep |
oproepen |
tellingen |
Vlerk
Wat is vogeltrek?
Veel vogels broeden in een andere streek dan waar ze in de winter verblijven.
In het broedgebied moet in korte tijd veel voedsel voorradig zijn voor ouders en jongen.
Bovendien moet het voedsel makkelijk en op kleine afstand van het nest bereikbaar zijn. In
het wintergebied is de voedselconcurrentie tussen de vogels als individu en tussen de
soorten groter.
Het reizen tussen zomer- en wintergebied staat bekend als vogeltrek.
Er zijn nog twee vormen van trek, namelijk ruitrek en slaaptrek. Bergeenden trekken
naar de Duitse Bocht om daar in grote groepen op voedselrijk water de rui (wisseling van
verenkleed) door te brengen. Ganzen en meeuwen maken in de winter gebruik van
slaapplaatsen. 's Avonds voor het slapen gaan vindt de slaaptrek plaats. Meestal wordt met
trek of vogeltrek de reis van zomer- naar wintergebied en terug bedoeld.
Trek het jaar rond
Vanaf februari komen de eerste vogels uit warmere streken al terug naar Nederland. De
wintervogels zijn dan nog aanwezig. Zij groeperen zich, afhankelijk van het weer in maart
en zijn in april meestal uit onze streek naar het noorden vertrokken. Eind april, begin
mei is de bekendste periode waarin de vogels terugkeren in het broedgebied.
Kieviten en steltlopers verzamelen zich na hun broedtijd in groepen. Karekieten,
Gierzwaluwen en Vliegenvangers gaan eind juli alweer op reis naar het
zuiden. Rond die tijd komen de eerste broedvogels uit Noord-Europa in ons gebied aan. In
augustus begint de trek naar het zuiden op gang te komen. De insecteneters volgen hun
prooi naar warmere streken. Zaadeters volgen in oktober. In die maand zijn de eerste
ganzen en zwanen uit het noorden alweer in Nederland gezien. De komst van de vorst bepaalt
of Kieviten voor de vorstgrens uit wegtrekken en waar ganzen en eenden de winter
doorbrengen. Als de vorst verdwijnt, verschijnen de eerste vogels uit warmere streken.
Winterkwartieren van onze broedvogels
Winterkwartieren van onze broedvogels:
Vliegroutes
Veel vogelsoorten trekken over land, ze maken gebruik van luchtstromingen boven het vaste
land. Roofvogels en andere zwevers maken gebruik van thermiek. Dit is opstijging van warme
lucht. Als de vogel eenmaal hoogte heeft gewonnen, kan hij zwevend een eind verder.
De kust kan een oriëntatiemiddel zijn, maar veel vogels vliegen in een breed front over
ons land. Langs de kust is wel sprake van stuwing omdat vogels niet graag over zee
vliegen. Bekende plekken in Europa zijn Falsterbo in Zuid-Zweden, Tarifa in Zuid-Spanje en
Istanbul bij de Bosporus.
In Nederland is gestuwde trek te zien op de Waddeneilanden en langs de Noordzeekust,
bijvoorbeeld bij de pier van IJmuiden en bij de Hondsbossche-Zeewering.
Onderzoek heeft aangetoond dat vogels bij geboorte 'weten' waar ze heen moeten, denk aan
de jonge Koekoek die geen aanwijzingen van zijn ouders krijgt.
Dag en nacht
Veel kleine vogels trekken vanaf de ochtendschemer tot in de middag voorbij. Roofvogels en
andere zwevers stijgen op als er thermiek ontstaat. De nachtploeg onttrekt zich aan ons
zicht. Soms verraden hun geluiden overvliegende ganzen of Kraanvogels. Onderzoek met radar
wijst uit dat er ook veel nachtvliegers zijn, met name boven de zee.
Trek waarnemen rond Arnhem
Onderaan de Eltenberg is een bekend punt om roofvogeltrek waar te
nemen. Bij Arnhem op landgoed Warnsborn is een plek waar leden
van de Vogelwerkgroep Arnhem al jaren systematisch trektellingen doen. De tellers noemen
deze plek Telpost Ons Genoegen
Route: vanaf het middelpunt van de 'ster' van het Hoge Erf lopend naar hotel Groot
Warnsborn. Na 800 meter gaat er een pad naar links, geflankeerd door struiken. Na ongeveer
200 meter ben je nabij de telpost. De telpost ligt op een open akker zodat een groot deel
van het luchtruim te zien is.
naar boven
home |
nieuw |
waarnemingen |
faq |
soorten |
biotopen |
plekken |
seizoen |
links
Vogelwerkgroep |
oproepen |
tellingen |
Vlerk
contact