home |
nieuw |
waarnemingen |
faq |
soorten |
biotopen |
plekken |
seizoen |
links
Vogelwerkgroep |
oproepen |
tellingen |
Vlerk
Terugkeer naar het broedgebied
Veel soorten vogels brengen de winter door buiten het broedgebied. In het voorjaar keren
ze terug naar de streek waar ze geboren zijn.
Voorbeeld: de Grutto broedt in Nederland en overwintert in Midden-Afrika.
Spreeuwen trekken in de winter naar het zuiden. De Spreeuwen die in de
winter in ons land zijn, broeden in Noord-Europa. De Spreeuwen die in ons land
broeden, brengen de winter door in Zuid-Europa.
Kolganzen en Brandganzen zijn voorbeelden van vogels die in Nederland de
winter doorbrengen en elders broeden. Iedere vogelsoort heeft zijn eigen tijdstip van
terugkomst in het broedgebied.
Er zijn ook vogels die niet trekken, deze soorten blijven het hele jaar in dezelfde
streek, bijvoorbeeld Kauwen en Huismussen.
Territorium afbakenen en verdedigen (zang en kleuren)
Een vogelpaartje heeft een eigen gebied nodig waarin een geschikte ruimte is voor het
nest. Bovendien moet er voldoende voedsel te vinden zijn.
Het eigen gebied, het territorium moet verdedigd worden tegen indringers. Het
mannetje manifesteert zich door zijn zang en door opvallende kleuren. Met de zang drukt
het mannetje uit dat hij hier heer en meester is. Zijn kleuren ondersteunen dit. De kleur
kan ook een rol spelen als hij op zoek gaat naar een partner.
Het leren kennen van de zang is een kwestie van stil zijn en luisteren, er zijn ezelsbruggetjes om je te helpen.
Nestbouw
Aan het nest herkent men de soort of de familie (verzameling soorten met
gemeenschappelijke kenmerken).
In het voorjaar wordt er heel wat nestmateriaal aangevoerd. Wie goed kijkt, ziet vroeg in
het voorjaar in kale bomen al de eerste nesten verschijnen. De Ekster is een vroege
starter. Vaak vliegen ze met takken in de richting van de nestboom. De Ekster bouwt
net als veel andere soorten zijn nest op de tak van boom.
Andere soorten hakken een holte in een boom, of maken gebruik van een bestaande holte.
Spechten en Boomklevers hakken zelf, terwijl mezen, Kauwen en Bonte
Vliegenvangers bestaande holtes gebruiken. Nestkasten zijn eigenlijk dergelijke
holtes.
Weidevogels als Grutto en Kievit broeden op de grond, ze leggen hun eieren
in een kuiltje.
De Huiszwaluw en de Boerenzwaluw maken een nestje van klei dat ze tegen
gebouwen metselen. Er moet op vliegafstand wel klei zijn.
De Gierzwaluw en de Zwarte Roodstaart maken gebruik van holtes en nissen op
en aan gebouwen.
Paren
Eenden en ganzen hebben een partner voor het leven.
Zangvogelmannetjes zoeken elk jaar een nieuwe partner. Onderzoek wees uit dat een Koolmees-man
meer vrouwen in één seizoen heeft. Het mannetje gebruikt zijn zang en zijn kleuren om
indruk op een vrouwtje te maken. Een goed territorium helpt mee om een vrouwtje te lokken.
Een Scholekster-man die een goed territorium bezit, vindt makkelijker een partner
dan zijn soortgenoot in een marginaal territorium.
Als het paar gevormd is, wordt er gepaard. Futen liggen kopschuddend tegenover
elkaar, de kopveren steken wijduit. Het mannetje bestijgt zijn vrouwtje tijdens de paring.
Een vrouwtjes-eend verdwijnt daarbij bijna helemaal onder water. Houtduiven op een
tak kennen weer andere problemen: evenwicht bewaren.
Jongen verzorgen
Jonge vogels kunnen de eerste weken niet voor zichzelf zorgen. Bij weide- en watervogels
gaan de jongen kort na de geboorte al met de ouders mee. Ze worden onderweg gevoerd en
beschermd door de ouders.
Jonge zangvogels liggen de eerste week van hun leven als kleine hulpeloze wezentjes in het
nest. Het enige dat ze kunnen is de bek openen als ze de ouders horen aankomen. Ze
ontwikkelen zich snel, na een week of twee vliegen ze uit.
Volwassen vogels brengen dagelijks hun eigen gewicht aan voedsel naar hun jongen. Daarom
is het belangrijk dat het voedsel makkelijk te verkrijgen is. Insecteneters kunnen het dan
ook moeilijk krijgen als er in een koude periode weinig insecten vliegen.
Groepsvorming na de broedtijd
Als de jongen hun eigen weg gaan, verlaten de oudervogels het territorium.
Sommige zomergasten verzamelen zich in groepen. Ze zoeken gezamenlijk naar voedsel of
slapen samen.
Zo kan het gebeuren dat soorten die niet in de omgeving van Arnhem broeden, er wel
verblijven. De Lepelaar broedt elders, maar kan wel in onze omgeving zijn voedsel
zoeken.
Weidevogels als Grutto, Kievit en Wulp trekken in groepen rond. In de
zomer zijn er bijvoorbeeld groepen van enkele honderden Kieviten. De Spreeuw
is ook een bekend voorbeeld van groepsvorming.
home |
nieuw |
waarnemingen |
faq |
soorten |
biotopen |
plekken |
seizoen |
links
Vogelwerkgroep |
oproepen |
tellingen |
Vlerk
contact