
Wegtrekken
In de herfst trekken veel vogels weg naar het zuiden, met name insectenetende
vogels. In de winter is er voor deze vogels immers nauwelijks voedsel te vinden.
Ze trekken richting Afrika en komen pas in het voorjaar weer terug.
Vogels uit noordelijke streken brengen de winter in Nederland door, zoals
bijvoorbeeld ganzen, watervogels, roofvogels, lijsterachtigen en allerlei
vinken. In hun broedgebied vinden ze vanwege de strenge winters geen voedsel
meer maar de omstandigheden in Nederland zijn voor hen beter. Of ze blijven
hangt af van de Nederlandse winter. Valt ook hier de kou in dan trekken sommige
soorten alsnog verder. De typisch Hollandse kwakkelwinter is dus gunstig voor
de overwinteraars.
Meer informatie over vogeltrek op onze trekpagina. Waarnemingen van zeldzame wintergasten worden gemeld op onze waarnemingenpagina.
Gaan of niet gaan
De trek naar het zuiden brengt risico's mee, een lange, gevaarlijke reis en
kans op voedselschaarste in het overwinteringsgebied. Bovendien moet in het
voorjaar weer dezelfde lange reis afgelegd worden om in het broedgebied te komen.
Blijven of niet ver wegtrekken heeft als voordeel dat de reis niet nodig is,
dus geen gevaren en geen energieverbruik en je bent snel weer in het broedgebied.
Maar blijvers lopen het risico dat het voedsel opraakt of onbereikbaar wordt.
Ze kunnen dan kiezen om alsnog weg te trekken of hopen dat de slechte periode
kort duurt en de vetreserve genoeg is om het zonder voedsel te kunnen uitzingen.
Soms maken de blijvers de verkeerde keuze. Een kou-inval duurt te lang en ze
komen om door honger. In het waddengebied komen in strenge winters duizenden
Scholeksters om omdat een laag ijs het voedsel onbereikbaar maakt
Rond Arnhem zijn hier helaas ook voorbeelden van de vinden. In strenge winters vriezen alle watertjes dicht en kunnen IJsvogel en Blauwe Reiger geen voedsel meer vinden. Ook uilen (muizen zitten onder een dik pak sneeuw) en Winterkoning (idem voor de insecten) hebben het dan zwaar.
De stad opzoeken
Sommige vogelsoorten hebben geleerd dat de stad een geschikt biotoop is om de
winter te kunnen overleven. In de stad is het minder koud en er wonen mensen
die vogels bewust of onbewust voeren. Sneeuw en ijs smelten er eerder. De warmte
van huizen, koelwater, verlichting kan net een handje helpen. Bessenetende vogels,
strijken neer in struiken in tuinen en in parken.
De Blauwe Reiger weet de vis in tuinvijvers feilloos
te vinden en in Arnhem melden ze zich rond voedertijd bij Burgers Zoo. De Reigers
uit Sonsbeek komen een ijswinter dan ook beter door dan hun soortgenoten uit
de omgeving.
De Kokmeeuw scharrelt rond het water en op groenstroken
op zoek naar voedsel.
Als het langdurig vriest en er sneeuw ligt, komen ook schuwere vogels naar de
stad. Dan kunnen opeens Grote Zaagbek, Brilduiker en andere eendensoorten opduiken
in vijvers midden in de stad. In tuinen met bessenstruiken is de Kramsvogel
en Koperwiek te vinden.
Wel of niet bijvoeren?
Vogelvoer aanbieden brengt vogels dichtbij. Een voedertafel of een snoer pinda's
geeft u de mogelijkheid om naar de vogels te kijken. U kunt Koolmees,
Roodborst, Vink, Groenling, Pimpelmees, Heggemus,
Merel vrijwel zeker zien en verrassingen zijn niet uitgesloten. Bij tuincentra
en dierenspeciaalzaak zijn mengsels van allerlei zaden te koop, evenals vetbollen
en dergelijke. Verder kunt u voeren met in kleine stukjes gesneden brood (onbelegd),
rotte appels, etc. Zorg dat u zoveel voert dat het in een dag opgegeten wordt.
Zo voorkomt u dat er ratten gelokt worden. Maak de plank af en toe goed schoon
om het verspreiden van ziekten te voorkomen.
Soorten als Eksters, Kraaien, Vlaamse Gaai en Kokmeeuwen
redden zich zonder hulp uitstekend. U hoeft hen niet te helpen, ze zijn brutaal
genoeg om de winter door te komen. Vogelbescherming
geeft tips voor wintervoedering.
Als het voorjaar begint, hebben de vogels geen hulp meer nodig. De dieren vinden
voldoende voedsel van de juiste samenstelling in de vrije natuur. Het aangeboden
voer kan dan juist nadelig zijn.
Een vogel die gaat broeden heeft 'gezond' voedsel nodig voor de vorming van
de eieren en het grootbrengen van de jongen. Het door mensen aangeboden voedsel
voldoet alleen in de winter om te overleven maar niet om jongen mee groot te
krijgen. Haal dus de voerplank weg zodra de winter voorbij is. Ruim ook eventueel
overgebleven vetbollen weer op.
naar
boven
Deze winter 2002 - 2003
De tuin winterklaar maken door het verwijderen van resten van planten en blad
helpt de vogels niet. In de winter vinden vogels voedsel tussen planteresten
en afgevallen blad. Bovendien kan een kleine hoeveelheid blad de planten beschermen
tegen bevriezing. Het voorjaar, na de vorst is een geschikte tijd om de tuin
op te schonen.
Wanneer het ijzelt of sneeuwt kunt u vogels in de tuin helpen door een stuk
grond ijs- of sneeuwvrij te maken (ijs of sneeuw wegschrapen). Als u de vogels
helpt, moet u er rekening meehouden dat katten daar juist op wachten. Hou er
bij het maken van een voerplaats voor vogels dan ook rekening mee dat de vogels
de kans moeten hebben om de kat te zien aankomen. (of hou de kat een tijdje
binnen)
December 2002. Na een periode van zacht weer is de winter ingevallen.
De bodem is nu bevroren, het wordt lastiger om nog iets uit de bodem op te pikken. Een bladerdek voorkomt dat de vorst snel diep in grond doordringt.
Soorten van het open water zoeken ijsvrij water. Als de vorst langer aanhoudt, kunnen er meer vogels op de Rijn zitten dan anders. Een deel van de watervogels trekt weg. De IJsvogel is een voorbeeld van een soort die niet wegtrekt. Deze viseter kan zijn prooi niet meer bereiken, veel exemplaren zullen een strenge winter niet overleven. Na de winter 1996-1997 was het aantal IJsvogels dramatisch achteruit gegaan. Intussen werden er op veel plekken weer IJsvogels gezien.
U help de vogels het beste met vogelvoer (te koop in supermarkt en tuincentra) en pinda's. Etensresten uit de keuken zijn ongezond. Vogelmagen zijn niet gebouwd op zout, kruiden en gekookt voedsel.
Vogelbescherming geeft uitgebreid informatie over vogels voeren in de winter.
