In voorjaar en zomer zijn buiten vele zangvogels te horen maar helaas meestal niet te
zien. Dichte vegetatie bemoeilijkt het waarnemen. Soms zijn soorten wel te zien maar
lijken ze zo erg op elkaar dat je ze in de hand moet houden om met zekerheid te kunnen
zeggen wat voor vogel het is. Wie kan bijvoorbeeld in één oogopslag een Fitis van
een Tjiftjaf onderscheiden?
Gelukkig maken alle vogels geluid en op grond daarvan kun je ze meestal goed
onderscheiden. Helaas roepen niet alle vogels hun eigen naam zoals Koekoek, Tjiftjaf
en Grutto en kost het veel tijd om de geluiden te leren kennen en te
onderscheiden. Veel vogelaars hebben ezelsbruggetjes voor de geluiden en sommige vogels
staan bekend onder bizarre bijnamen. Hieronder een lijstje van ezelsbruggetjes om het
herkennen van geluiden gemakkelijker te maken. Daarbij enige uitleg en natuurlijke de naam
van de soort.
Misschien weet u andere bijnamen of ezelbruggetjes, we zijn benieuwd naar uw contact.
Fietspompje | Pingpongballetje | Drilboortje | Kiezelsteentjes | Elastiekje | Haastige Merel | ;Kinderfietsje | Mama mama mag ik ijsssssssssssss | Derailleurtje
Fietspompje
De Koolmees heeft deze bijnaam te danken aan slechts één van z'n vele geluiden.
De hele dag produceert hij een roepje dat uit twee tonen bestaat en inderdaad iets weg
heeft van een slecht gesmeerde, piepende fietspomp. Wel één die in een fiks tempo op en
neer bewogen wordt.
Pingpongballetje
In rijkere bossen vooral die met wat oudere bomen komt de Fluiter voor. Zittend op
een tak, meestal ergens onderin, begint hij aarzelend met z'n zang. Het lied is in enkele
seconden afgelopen maar wordt steeds herhaald. Het is niet melodieus maar meer een
langzaam beginnend getik dat steeds sneller verloopt en eindigt in een snelle ratel. Het
ritme lijkt op een pingpongballetje dat boven de grond losgelaten wordt en stuitert totdat
het tot stilstand komt. Ook wordt de zang wel vergeleken met een stuiterende knikker op
een glazen plaat.
Drilboortje
Een wat bizarre bijnaam, zeker omdat het geen specht betreft maar de Braamsluiper.
Deze kleine zangvogel laat z'n liedje horen vanuit dicht struikgewas. Een zacht, prevelend
gekwetter, onderbroken door een veel harder, ratelend staccato tjek, tjek, tjek,
tjek...... Het heeft iets weg van een drilboor of sloophamer, vandaar de bijnaam.
Kiezelsteentjes
In de stad, vooral op plaatsen met wat oudere gebouwen maar ook bij flats of fabrieken,
kortom overal waar pseudorotsen voorkomen kan je aandacht getrokken worden door een
opgewekt, schel getjilp, eindigend in een geknars alsof twee kiezelsteentjes tegen elkaar
gewreven worden. Dit is het kenmerk van de Zwarte Roodstaart. Meestal is de vogel
snel te vinden omdat het liedje vanaf een antenne of andere uítstekende zangplek ten
gehore gebracht wordt. Deze stadszanger heeft een soortbeschrijving.
Elastiekje
Slechts een klein stukje van de zeer gevarieerde zang van de Spotvogel heeft geleid
tot deze bijnaam. Tussen allerlei tonen en geluiden die dit zeer luidruchtige vogeltje
produceert komen af en toe klanken voor die doen denken aan het uitrekken en vieren van
een elastiekje: een soort wieoew, wieoew, meerdere malen herhaald.
Haastige merel
Iedereen kent wel de concerten van de Merel die heel vroeg in de ochtend of 's
avonds vanaf een schoorsteen of boomtop ten gehore gebracht worden. Een goed uitgangspunt
om de Tuinfluiter te leren kennen. Daarvan wordt gezegd dat de zang lijkt op een
haastige versie van de merelzang. Diep weggedoken in struikgewas wordt onophoudelijk
gezongen. Heel snel en prevelend en lang aangehouden; zonder grote uithalen. Dat laatste
is meteen het verschil met de Zwartkop waarmee de soort snel verward kan worden. De
Zwartkop prevelt in het begin ook snel maar heeft aan het eind meestal een paar
schallende hoge tonen. Ook is het lied van de Zwartkop meestal kort.
Kinderfietsje
In grote parken, in bossen, eigenlijk overal waar wat bomen staan kan dit geluid gehoord
worden. Een kort roepje, wat veel weg heeft van het piepende wiel van een driewielertje.
Het wordt gemaakt door de Boomkruiper tijdens het afzoeken van de boomstammen op
zoek naar voedsel.
Mama mama mag ik ijsssssssssssss
Deze vogel is veel te vinden in open bosgebieden, houtwallenlandschappen en andere
cultuurlandschappen met veel bosjes en bomen. Bovenin de top van een boom of een struik
laat hij zijn karakteristieke roep horen: een aanloopje uitlopend in een slissende toon.
Het ritme lijkt op het zinnetje Mama mama mag ik ijsssssssssssssssssss..... De
beschrijving is afkomstig van Maarten 't Hart en het is de Geelgors die zo herkend
kan worden.
Beethoven-kenners horen en het begin van de Vijfde Symfonie in.
Derailleurtje
Als een derailleur niet goed gesmeerd is, krijg je zo'n raar sissend piep geluid dat
continu doorgaat. Dat lijkt precies op een Europese Kanarie.
home |
nieuw |
waarnemingen |
faq |
soorten |
biotopen |
plekken |
seizoen |
links
Vogelwerkgroep |
oproepen |
tellingen |
Vlerk
contact