home |
nieuw |
waarnemingen |
faq |
soorten |
biotopen |
plekken |
seizoen |
links
Vogelwerkgroep |
oproepen |
tellingen |
Vlerk
Een periode van ogenschijnlijke rust breekt aan als de jonge vogels het nest verlaten.
Een vogel kent geen rustige periode, na de voortplanting is het tijd om het verenpak te verversen en tijd om krachten op te doen voor de trek
naar de wintergebieden.
In de uiterwaarden is het meeste te zien van ruiende vogels en
groepen rondtrekkers, maar ook in bos en stad
verandert de vogelbevolking.
Uit het nest...
Jonge zangvogels worden als hulpeloze naakte wezentjes geboren. De eerste weken blijven ze in het nest en zijn helemaal afhankelijk van de zorg van de ouders. In de eerste weken groeien de veren en de vleugels zodat de jonge vogel letterlijk kan uitvliegen. Na het verlaten van het nest volgen de jonge vogels hun ouders, ze kunnen zelf nog geen voedsel verzamelen. In de periode mei - juli trekken de jongen met veel lawaai achter hun ouders aan. Een jong zit roepend met trillende vleugels op een tak. Dit gedrag is bij Koolmees en Pimpelmees goed te zien.
Andere jonge vogels zoals bijvoorbeeld eenden en steltlopers, kunnen meteen na de geboorte het nest uit. De jongen hebben al donsveren en kunnen onder leiding van de ouders zich al verplaatsen. Jonge Kieviten zijn gevlekt, ze vallen amper op als ze in de buurt lopen. Ze kunnen al eerder zelf 'een graantje meepikken'.
De eerste maanden zijn jonge vogels nog wel te herkennen. Ze zijn meestal kleiner dan hun ouders en hun verenpak is doorgaans valer. Twee voorbeelden: Jonge Kieviten missen in hun eerste zomer de kuif, terwijl de borst van de jonge Roodborst gespikkeld is in plaats van oranje-rood.
Jonge meeuwen hebben een bruinachtige tint in hun veren. De jeugdige Zilvermeeuw lijkt op het eerste gezicht qua kleur niet op zijn ouders.
Nieuwe veren: rui
Veren zijn van levensbelang, ze zijn belangrijk voor het vliegvermogen en houden water en
kou buiten. Veren slijten door het gebruik, eenmaal per jaar worden ze dan ook vervangen.
Dit heet rui.
Nieuwe veren moeten groeien en groei kost energie. Tijdens de rui worden ook de
vleugelveren gewisseld, dit betekent dat het vliegvermogen minder is dan normaal. Een
vogel die minder goed vliegt is kwetsbaar, onopvallend gedrag is dan de beste strategie.
Iedere soort heeft zijn eigen ritme van ruien. Roofvogels ruien geleidelijk, ze moeten
vliegen om aan de kost te komen. Eenden kunnen ook zwemmend foerageren, bij hen is de rui
kort en hevig. Ruiende eenden zoeken een rustig voedselrijk water. Het IJsselmeer biedt
plaats aan grote groepen, maar ook in de uiterwaarden kunnen groepen eenden de rui
doorbrengen. Zangvogels zitten tussen deze uitersten in. Voor trekvogels geldt dat de rui
klaar moet zijn als ze wegtrekken. Sommige trekvogels verlaten hun broedgebied en brengen
de rui elders door, waarna ze in de herfst naar het zuiden gaan.
Tijdens en na de rui is het moeilijk om jonge en volwassen vogels van elkaar te
onderscheiden. Ze zien er allemaal hetzelfde uit. Spreeuwen missen de bekende
spikkels, ze zijn bruin. Eendemannen missen hun mooie kleuren, ze lijken nu op hun
vrouwtjes en jongen.
Trek
Trekvogels zijn vrijwel altijd op weg van broedgebied naar winterkwartier of omgekeerd. Er
zijn weinig soorten die deze reis in één keer maken. Nederland is voor veel soorten een
tussenstation om bij te tanken. Vanaf midden juli arriveren de eerste broedvogels uit
Noord-Europa die hier ruien en opvetten voor de trek. Ook broedvogels uit onze streken
gaan zwerven op zoek naar voedsel of rust voor de rui. Vanaf augustus begint de trek naar
het zuiden.
Zomerse vogels rond Arnhem
Het wordt stil in het bos, de vogelzang verstomt en maakt plaats
voor contactroepjes tussen voedselzoekende vogels. Een Kruisbekken-invasie uit
noord-oostelijker streken kan leven in de brouwerij brengen.
Het geluid van bedelende jonge Boomvalken valt nu op in het stille bos.
Begin augustus vertrekken de Gierzwaluwen. Zwermen Kokmeeuwen
vangen de leegte boven de stad op. Deze vogels zijn terug uit hun broedkolonie en
jagen nu op mieren die hoog boven de stad vliegen.
Roofvogels als Sperwer en Havik zoeken ook in de stad naar prooi, zwakke
duiven en Huismussen zijn er voldoende.
In het uiterwaardengebied is meer te beleven voor
vogelliefhebbers. Vanaf eind mei groeperen Kieviten zich als voorbereiding op de
rui. Ook andere steltlopers, zoals bijvoorbeeld Grutto's en Wulpen leven in groepen. In ons gebied komen dan wel soorten
foerageren die er niet broeden. Attente vogelaars maken kans op Bosruiter,
Groenpootruiter, Watersnippen en andere schaarse soorten. Grutto's en Wulpen
gebruiken gezamenlijke slaapplaatsen vanwaaruit ze overdag uitzwermen op zoek naar
voedsel. Spreeuwen foerageren graag in groepen op pas gemaaide graslanden.
Boven water zwermen 's avonds grote groepen zwaluwen. De Boerenzwaluw, Huiszwaluw en Oeverzwaluw gaan tot ver in de zomer door met nesten bouwen en jongen groot brengen, vaak zijn er drie broedsels.
De Kwartelkoning is een opvallende gast als je zijn roep kent, meestal roept het mannetje vanuit hoog gras in de schemering maar je kunt geluk hebben en de "kreks kreks"roep overdag horen.
naar boven
home |
nieuw |
waarnemingen |
faq |
soorten |
biotopen |
plekken |
seizoen |
links
Vogelwerkgroep |
oproepen |
tellingen |
Vlerk
contact