Tegenwoordig verblijven er ook in de andere jaargetijden veel ganzen. Het gaat dan vooral om Grauwe Gans, Nijlgans, Canadese Gans en de laatste jaren ook Brandgans
Kolgans Anser albifrons
De Kolgans is
een gast uit Noord Rusland. Daar broedt deze soort en zodra de winter invalt
worden warmere streken opgezocht. Vanaf eind november, begin december is de
soort rond Arnhem te zien. De laatste jaren is het aantal overwinteraars enorm
toegenomen tot enige tienduizenden exemplaren. De volwassen Kolgans is te
herkennen aan de witte bles boven en rond de snavel en de zwarte dwarsstrepen
over de buik. Jonge dieren missen deze kenmerken.
Grauwe gans Anser anser
De Grauwe
Gans is een forse gans die vooral te herkennen is aan de grote oranje snavel
en een vrij lichte kop en hals. Hij lijkt het meest op de 'boerderijgans'
en maakt ook hetzelfde zware, gakkende geluid. Veel overwinterende exemplaren
zijn afkomstig uit Scandinavië, maar ook veel broedvogels uit onze eigen streek
blijven hier hangen.
Rietgans Anser fabalis
Ook de Rietgans komt uit het hoge noorden hier de winter doorbrengen. Rond
Arnhem nemen de aantallen de laatste jaren af. De dieren pleisteren blijkbaar
ergens anders. Toch kunnen nog enige duizenden Rietganzen waargenomen worden.
De Rietgans is even groot of iets groter dan de Grauwe Gans maar heeft een
zeer donkere kop en een snavel met zwart erop.
Andere soorten
De Brandgans
wordt de laatste jaren steeds talrijker in het werkgebied van de VWG. Groepen
van 300 - 400 dieren zijn geen uitzondering meer. Ook is er een toenemend
aantal broedgevallen. Waarschijnlijk betreft het hier nakomelingen van ooit
tamme, ontsnapte dieren.
De Canadese Gans is een soort die in Europa ingevoerd
is en vooral in Groot Brittannië broedt. In de winter trekken ze naar het
zuiden en groepen van enkele honderden dieren zijn dan hier te zien.
De Dwerggans en de Roodhalsgans
zijn heel zeldzaam bij
ons.
Per seizoen worden meestal maar enkele exemplaren van beide soorten gezien.
Een leuke bezigheid om tussen duizenden Kolganzen te zoeken naar deze twee
soorten.
De Nijlgans is zomer en winter in onze streken
te vinden. Het is ook een ingevoerde soort, ditmaal uit Afrika. Hij is verrassend
goed bestand tegen de koude en breidt zich langzaam uit. Ook rond Arnhem broeden
ze en in de winter verzamelen ze zich in groepjes langs de rivier.