Jezuïetenwaai

Beschrijving

Van alle dijkdoorbraakplassen in de Liemers heeft de Jezuïetenwaai onder natuurliefhebbers vermoedelijk de grootste bekendheid. Veel andere kolkplassen met een eigen naam hebben op zich niet echt genoeg te bieden voor een wat langere excursie, maar het gebied van de Jezuïetenwaai is veelzijdiger, want het omvat naast de grote waai zelf ook enige kleinere poelen, een stuk Oude Rijn, rietland, ruig grasland en stroken uiterwaard met meidoornhagen en stukken houtwal. De combinatie van biotopen heeft vanzelfsprekend zijn weerslag in de variatie en ook in de aantallen van dier- en plantensoorten. De waai zelf is met de ondiepe gedeelten en slikranden aantrekkelijk voor grondeleenden en steltlopers, de diepe langgerekte loop van de Oude Rijn trekt daarnaast ook veel overwinterend waterwild aan, zoals duikeenden en ganzen. De hoogspanningsmasten pal ten zuiden van het toegankelijke deel van het gebied vormen een minder natuurlijk landschapselement, maar hebben wel de vestiging van Slechtvalk opgeleverd.

Het gebied van de Jezuïetenwaai is vrij toegankelijk via twee metalen klaphekjes aan de Leuvensedijk, op loopafstand van elkaar. Bij het westelijke hekje bevindt zich een informatiebord met historische en natuurhistorische gegevens. De naam van de waai wordt niet verklaard; je mag aannemen dat de Jezuïeten (de kloosterorde zat in Emmerich) hier ooit terrein hebben aangekocht, zoals ze dat ook elders in Gelderland deden, als beleggingsobject. Vanaf het dijktalud loopt een pad langs een kleine poel en een meidoornhaag naar de oever van de strang, waar jaren geleden een kijkhut stond met zicht op de nestvlotjes die daar elk voorjaar voor de Zwarte sterns worden geplaatst. Het aantal van deze ”broedvlonders”, zoals Staatsbosbeheer ze noemt, is de laatste jaren wel aanmerkelijk verminderd. De observatiehut met banken is destijds afgebrand, maar de sterns zijn op hun nesten nog uitstekend te zien in de strook water tussen grasland en rietkraag. Een stukje vóór de plek van de vroegere kijkhut kun je linksaf langs een rietveld lopen naar een doorsteekpunt in de daar gelegen houtwal; je komt dan achter een andere meidoornhaag terecht, bij rietland waar een kleinere poel ligt. Er is een overstapje bij prikkeldraad, maar het rietland is verboden gebied (vroeger was daar een knotwilgenlaantje, als onderdeel van een wandelroute door het rietmoeras). Aan het oostelijke eind van de haag moet je weer doorsteken naar het uiterwaardgedeelte bij de dijk en kom je bij het tweede klaphekje, boven aan het dijktalud.

Enige jaren geleden is de Leuvensedijk in westelijke richting doorgetrokken, als een verhard fietspad met twee veeroosters. Dat fietspad buigt mee met de oever van de Jezuïetenwaai en biedt uitstekend zicht op de lage begroeiing en het ondiepe water, met vaak concentraties van eenden, meeuwen en steltlopers. Verderop wordt de afstand tussen dijkfietspad en water groter: goed terrein voor Graspieper, Gele kwikstaart, Veldleeuwerik en soorten van hogere uiterwaardbegroeiing. Het fietspad komt een heel eind verder uit naast het tunnelgedeelte van de Betuwespoorlijn, en eindigt in een T-splitsing tussen het bekende mammoetkunstwerk en het Kandia-gemaal.

Soorten

De Jezuïetenwaai heeft door het aangrenzende rietmoeras een reputatie als broedgebied van Roerdomp en Grote karekiet. Bruine kiekendief, Rietzanger, Blauwborst en Bosrietzanger zijn te vinden in het gedeelte achter de oostelijke houtwal en het achtergelegen rietland.

In het voorjaar worden de diverse poelen in het terrein ook bezocht door Grutto, ruitersoorten, Watersnip, Visdief, soms Lepelaar en Kluut (voorjaar 2016 ook Steltkluut) en natuurlijk zijn er Grote zilverreigers. De oevers van de waai met hun lage begroeiing geven soms een concentratie aan eenden (bijvoorbeeld Wintertaling), Kieviten en meeuwen te zien. Van de grotere zoogdieren kunnen Bever en Beverrat worden vermeld. Het voorkomen van Visotter krijgt vooralsnog een vraagteken.

Type

Uiterwaardlandschap met dijkdoorbraakplassen en Oude Rijnloop, meidoornhagen, rietland.

Ligging

De Leuvensedijk, genoemd naar het dorpje Leuven of Leuffen, dat in 1799 bij een dijkdoorbraak is verzwolgen, is niet toegankelijk voor autoverkeer. Bezoekers van het terrein kunnen de auto parkeren in de berm van de parallel lopende Leuvensestraat. Die loopt vanaf de Pannerdenseweg pal ten zuiden van Zevenaar (onder de namen Leuffenseweg, Ooysebrug en daarna Leuvensestraat), bij de roekenkolonie net voorbij tuincentrum Groenrijk, in de richting van Groessen, tot een haakse bocht bij het boerderijtje De Driehoek, dat ligt naast de ”oprit” (niet voor auto’s dus) naar de Leuvensedijk. Deze weg gaat als Leuvensestraat via de Schraleweidsestraat (een zijweg links) naar het eind van de Dorpsstraat van Groessen.

Wie vanuit Zevenaar in Groessen terechtkomt, moet de Dorpsstraat volgen (langs de kerk) tot aan het kruispunt Schraleweidsestraat (de Dorpsstraat gaat als Lijkweg rechtdoor naar de dijk bij Loo), de Schraleweidsestraat helemaal volgen tot de Leuvensestraat en daar rechtsaf de weg volgen tot de genoemde scherpe knik bij het witte boerderijtje De Driehoek; links daarvan is ruimte om te parkeren. Een beetje lastig, als gevolg van het mammoetproject Betuwelijn, maar Google Maps helpt en vanuit Zevenaar is het niet ingewikkeld.

Wie op de fiets komt, kan natuurlijk via Loo het pad langs de Mammoet volgen en dan even vóór het Kandia-gemaal linksaf het bovenbeschreven fietspad langs de waai nemen om bij het klaphekje aan de Leuvensestraat te komen.

Route via Google Maps

X

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten