Previous Page  24 / 48 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 24 / 48 Next Page
Page Background

- 22 -

Dagexcursie Brouwersdam Zondag 27 januari 2019 Vlerk 36/1 | Maart 2019 |

Op de dam zat een donker vogeltje, een

Oeverpieper. Waarom geen Graspieper?

Piepers lijken op het eerste gezicht veel

op elkaar. Zoek je ze op in een vogelgids

dan kun je als beginner denken ‘laat maar

zitten’, maar de tekst helpt je er doorheen.

Een eenzame donkere Pieper op een

stenige plek langs de kust, niet ver van de

branding, die combinatie is karakteristiek

voor een Oeverpieper. Graspiepers hebben

een andere combinatie van kenmerken. De

donkere pootkleur geeft dan de doorslag.

Die is bij een Graspieper licht oranje. De

Pieper vloog weg.

Intussen bleef de gevoelstemperatuur

door die stormachtige wind gruwelijk

koud. Menigeen had ook grote moeite

zich staande te houden. Luwte zoekend

achter een zo groot mogelijke auto

klonterden we huiverend tegen elkaar aan,

als boomkruipers in de winternacht. Van

een afstandje gezien oogde de groep dan

ook als een onbestemd donker zooitje. We

waren trouwens de enige vogelwerkgroep,

die zich aan de elementen gewaagd

had. Anders dan meestal hadden we de

Brouwersdam zo ongeveer voor ons alleen!

Zelfs windsurfers hebben we deze dag

amper gezien. Eidereenden trouwens ook

niet en betrekkelijk weinig meeuwen.

Maar wat we wel zagen, mooi van dichtbij

zelfs, groepjes Paarse Strandlopers tussen

de gebruikelijke Steenlopers. Pik, pik, slik.

Voor ons was het ook hoog tijd om te

fourageren. Een strandtent met uitzicht

op zee kreeg bestellingen variërend van

koffie in diverse smaken en appelgebak tot

erwtensoep en een uitsmijter. Het idee was

om intussen door de beslagen ruiten te

kunnen volgen wat er boven zee vloog; een

illusie natuurlijk, maar het was er lekker

warm.

Rond half twee waren we klaar voor

vertrek. Na een korte stop aan de

Grevelingenmeer-zijde van de dam op naar

Plan Tureluur in de Prunje. Het bleef hard

waaien, maar het werd uiteindelijk droog.

De temperatuur liep op naar 7 graden.

Later in de middag brak zelfs de zon door.

De hemel ging open en overstraalde het

landschap in intense kleurenpracht. Schit-

terend! Voeg daarbij de roep van jodelende

Wulpen en ons geluk was compleet!

Als eerste stop hadden we de eigenlijke

Prunje ten noorden van de N59. Daarna

schoven we op naar de zuidkant en

de inlagen, met een korte blik op

de Oosterschelde ten zuiden van

Serooskerke. Elke locatie had zijn eigen

specialiteiten. Kort samengevat zagen we

o.a. Brand- en Rotganzen, Bergeenden,

veel Wintertalingen, massaal Smienten,

kleinere aantallen Slobeenden, Pijlstaarten

en Nonnetjes, een Geoorde Fuut. Verder

een wolk Kieviten, Kluten (tientallen),

Tureluurs, Zwarte Ruiters, één Zilver- en

meer Goudplevieren. Richting Zierikzee

stopten we bij een ander nat gebiedje

met o.a. honderden Brandganzen, zo’n 70

Kemphaantjes en één Witte Kwikstaart.

De middag was inmiddels gevorderd.

Henk Ruissen had als excursieleider de

tocht goed voorbereid. Hij wist nog een

locatie waar twee jaar geleden zeven

Velduilen waren gemeld. Het was nu

ongeveer Velduilentijd. Wilden we hier

energie in steken? Ja hoor, zeiden wij,

nog steeds nabibberend van de kou. Het

was even zoeken, maar het bleek een