Previous Page  28 / 48 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 28 / 48 Next Page
Page Background

- 26 -

Fenologie 2018, weinig vroege vogels Vlerk 36/1 | Maart 2019 |

Verschillen met

Waarneming.nl

op de

site van VWG Arnhem

Admin Ronald Stolk

leverde ook dit jaar uit deze site de fenologie

voor ons werkgebied (waarvoor dank!).

In de meeste gevallen verschilt de eerste

waarneming van een soort op

Waarneming.nl

hoogstens maar enkele dagen met de eerste

in onze regio (zie laatste kolom in Tabel 1).

Echte uitschieters vormen Zomertaling (-19

dagen), Boomvalk (-14) en Paapje (-13). Het

lijkt erop dat het verschil iets groter is bij

soorten die in de lijsten wat later gemeld

zijn. Een groter aantal deelnemers die juist

deze soorten willen zien en doorgeven op

Waarneming.nl

zal hierbij meespelen.

De gemiddelde aankomstperiode van de

soorten

Hiervoor gebruiken we de zgn.

mediane datum, dat is de datum waarop

50% van de waarnemingen binnen is. In

tegenstelling tot de eerste waarnemingen is

bij de aankomst van de hoofdmacht niet veel

afwijkends te zien. Zowel het aantal vroege

als late soorten ligt op het gemiddelde.

Laat zijn alleen soorten met lage aantallen

gegevens, maar daar kunnen we statistisch

niet veel mee. Vroeg is alweer de Tureluur,

maar ook zeven soorten zangvogels met

aankomsten rond half april zijn eerder dan

hun normale spreiding.

Invloed van het weer

Bij zo’n warm voorjaar (figuur 1) zou je

een stroom van vroege waarnemingen

verwachten. Maar niets is minder waar,

want de hoofdmachten storen zich

nergens aan en wijken weinig af. En de

eerste waarnemingen liggen vaak later

dan normaal! Als je verder kijkt dan de

temperatuur, dan valt op dat er meerdere

perioden zijn met tegenwind. Bovendien

is uit onderzoek met gezenderde Grauwe

Kiekendieven gebleken dat vogels grote

problemen kunnen hebben om de Sahara

over te steken door zandstormen: sommige

ondernamen diverse pogingen, moesten

terugkeren en later opnieuw proberen, of

bezweken!

Verschillende soorten, verschillende

patronen

Het leuke van langlopend

onderzoek is dat verschillen gaandeweg

steeds beter zichtbaar worden. Hieronder

heb ik enkele voorbeelden uitgewerkt die

alle vier in de maand april binnenkomen

(tussen dag 91 en 120 in de Juliaanse

kalender, zie inzet).

De aankomst van de Gekraagde Roodstaart

verandert nauwelijks over de hele

onderzoeksperiode. Zowel de trendlijn

van de eerste waarneming als die van de

mediane datum loopt vrijwel horizontaal.

De eerste datum laat over de jaren grote

verschillen zien en ligt tussen 24 maart en

4 mei, dus liefst 41 dagen! De jaarlijn van

de gemiddelde datum varieert veel minder.

Er ligt een ruime afstand tussen de eerste

waarneming en de hoofdmacht, ongeveer

twee weken.

Van dagnummer naar datum

In berekeningen werkt een dagnummer

makkelijker dan een datum. Deze zgn.

Juliaanse kalender telt 1 januari als 1, en

zo verder. Als richtlijn voor de bijgaande

figuren betekent dit:

Dag 60 = 1 maart

Dag 75 = 16 maart

Dag 91 = 1 april

Dag 105 = 15 april

Dag 121 = 1 mei

Dag 135 = 15 mei